Osteoporose

Wat is osteoporose? Osteoporose betekent letterlijk: poreus bot. Bot is levend weefsel. Het lichaam breekt steeds oud bot af en maakt nieuw bot aan. Na het veertigste levensjaar wordt de afbraak van onze botten geleidelijk groter dan de opbouw ervan. Botten verliezen dan hun stevigheid en structuur en worden brozer. Dit is tot op zekere hoogte een natuurlijk proces, maar een gezonde leefstijl heeft ook invloed op het behoud van botmassa.

Klachten en symptomen bij osteoporose

Botten kunnen sneller breken als u osteoporose heeft. Wervelbreuken, polsbreuken en gebroken heupen komen het meeste voor. Andere klachten die kunnen voorkomen bij osteoporose zijn afname van lichaamslengte (meer dan normaal) en een verhoogde kromming bovenin de rug. Deze houdingsveranderingen kunnen balansproblemen tot gevolg hebben.

Hoe vaak komt osteoporose voor en bij wie?

In principe kan iedereen osteoporose krijgen, al hebben vrouwen meer kans op osteoporose dan mannen. Dit komt doordat het vrouwelijke hormoon oestrogeen afneemt na de overgang. Oestrogeen remt de afbraak van botmassa af. Bij de meeste mensen wordt osteoporose pas duidelijk bij een botbreuk.

Naarmate u ouder wordt, neemt de kans op osteoporose toe. Erfelijkheid kan een rol spelen. U kunt een verhoogd risico lopen op het krijgen van osteoporose bij onvoldoende beweging of te weinig inname van zuivelproducten. Een tekort aan vitamine D is ook een risicofactor. Om voldoende vitamine D aan te maken is blootstelling aan zonlicht van belang. Ons lichaam maakt namelijk vitamine D aan onder invloed van zonlicht.

Sommige ziekten of aandoeningen zoals een te hard werkende schildklier of het gebruik van bepaalde medicijnen (bijvoorbeeld prednison) kunnen ook leiden tot een verhoogd risico op osteoporose. Bij vrouwen is een vroege menopauze (overgang) een risicofactor.

Wat kan ik zelf doen?

Er zijn dingen die u zelf kunt doen om het verlies aan botsterkte te verminderen. Dit geldt overigens ook voor mensen die (nog) geen osteoporose hebben! Voldoende bewegen is van belang voor behoud van botmassa. Beweeg daarom dagelijks het liefst minimaal een half uur. Dit mag een half uur achter elkaar zijn, maar u kunt het ook opsplitsen. Vooral bewegingen waarbij de botten het eigen lichaamsgewicht dragen zijn goed. Wandelen en/of traplopen bijvoorbeeld. Indien mogelijk is beweging met sprongvormen, bijvoorbeeld tennissen of joggen, aan te bevelen. 

Naast voldoende bewegen is een goede voeding belangrijk. Eet voldoende zuivelproducten, groene bladgroenten, broccoli en noten zodat u de calcium binnenkrijgt die botten nodig hebben. Om die calcium ook echt op te nemen, heeft uw lichaam vitamine D nodig. Dit maakt uw lichaam zelf aan via zonlicht. In (vette) zeevis zoals haring en makreel en in boter zit ook veel vitamine D. Daarnaast wordt geadviseerd om niet te roken en alcoholgebruik te matigen. 

Bron KNGF