Beweeggroepen

Reuma

Veel mensen worden dagelijks geconfronteerd met de beperkingen die hun ziekte, reuma, met zich meebrengt.

Gezien de aard van de ziekte is deze confrontatie niet van voorbijgaande aard. Voor deze mensen is het dus aangewezen op zoek te gaan naar een manier van leven waarbij de beperkingen zo minimaal mogelijk worden ervaren. De rode draad in dit programma is het inspelen op de mogelijkheden en de onmogelijkheden die de deelnemer op dit moment ervaart. De stijl van leven, ingegeven door de belevingen bij de dingen van de dag, zullen we trachten te beïnvloeden door adviezen, uitleg omtrent het wel en wee van het ziekteproces, bespreken van de gevolgen van divers gedrag, etc. Hierdoor zal de deelnemer aan het einde van het programma beter bewapend zijn om de rest van zijn of haar bestaan adequaat met reuma en de beperkingen die de deelnemer hiervan ervaart om te gaan. Doel, effect van beweging. Het uitgangspunt is om de reumatische patiënt zo normaal mogelijk te laten functioneren. Om een persoonlijke noot aan het totale oefenprogramma te geven, worden de individuele omstandigheden van de patiënt bij de intake in kaart gebracht. De groepstraining is te vergelijken met het in West Brabant bekende Fyranetconcept. Deze afgeleide van het Rapit-project is alom aanvaard in de medische kringen.

 

Overgewicht bij volwassenen

Doelstelling van deze beweeggroep is om te komen tot een meer actieve leefstijl en gewenst gewicht vereist een blijvende gedragsverandering.

Deze gedragsverandering, ofwel het inpassen van nieuwe activiteiten en voedingskeuzes in het dagelijks leefpatroon en⁄of het wijzigen van bestaande activiteiten vergt veel energie van de deelnemers. Middels dit programma maken we de deelnemers bewust van het grote nut van een actieve leefstijl en een gezond gewicht, op korte termijn zullen deelnemers ervaren dat ze zich fitter voelen en op de langere termijn neemt de kans op chronische ziekten af. Door positieve feedback, interactie met andere deelnemers en monitoring op doelstellingen en acties worden de deelnemers gedurende langere tijd begeleid, waardoor gewoonteverandering wordt geïntegreerd in het dagelijks leefpatroon.

 

Diabetes type II

Uit verschillende onderzoeken is aangetoond dat voldoende lichaamsbeweging belangrijk is voor het onderhouden en⁄of verbeteren van de gezondheid.

Er is overtuigend bewijs dat lichamelijke activiteit o.a. positieve effecten heeft op het ontstaan en het beloop van verschillende chronische aandoeningen, waaronder diabetes mellitus type 2. Het hoofddoel van het zelfmanagementprogramma diabetes mellitus (type II) is gericht op het ontwikkelen van een actieve leefstijl. Hierbij wordt niet alleen aandacht besteed aan het bewegen zelf, maar ook aan het veranderen van de leefstijl waarin lichaamsbeweging een prominentere plaats gaat krijgen. De deelnemer staat centraal in het proces tot het ontwikkelen van een actieve leefstijl. Daarom spreken we van een zelfmanagementprogramma. T.a.v. het bewegen wordt gestreefd naar het minimaal voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. In de praktische uitvoering van het programma wordt nadruk gelegd op de preventieve effecten van een actieve leefstijl op:

1. meetbare invloed van regelmatig bewegen op metabool syndroom:
a. Gunstig effect op insuline resistentie met uiteindelijk vermindering van benodigde medicatie.
b. Daling van de glucose spiegel en dus het HbA1c met als gevolg reductie benodigde medicatie
c. Gunstig effect op het lipoidenprofiel met als gevolg reductie medicatie.
d. Daling van de bloeddruk met als gevolg reductie medicatie
e. Verbetering van de cardiopulmomale conditie
2. het bestrijden van overgewicht en obesitas op de langere termijn.

Daarnaast zal tijdens het traject van het programma voortdurend aandacht zijn voor de leefstijlaanpassing . De visie is dat een mentale rolwisseling voor wat betreft coping (= de manier waarop iemand met problemen omgaat), perceptie en inzicht de grootste winst veroorzaakt. De zelfstandigheid en verantwoordelijkheid wordt geprikkeld door de afnemende begeleiding tijdens het programma en de constante workload die gevraagd wordt. De deelnemer zal voor zichzelf mechanismen in het leven moeten roepen die leiden tot een structuur die het dagelijks leven zodanig kleurt dat daardoor veranderend gedrag gefaciliteerd wordt.

 

COPD

Chronisch obstructief longlijden (‘chronic obstructive pulmonary disease’, COPD) is een chronisch progressieve aandoening, waarbij roken de belangrijkste oorzakelijke factor is.

COPD manifesteert zich vaak pas tientallen jaren na het begin van de rookverslaving. Bij niet-adequate behandeling en⁄of gebrekkig zelfmanagement leidt COPD tot invaliditeit en is de levensverwachting verminderd met ongeveer zeven jaar. Ongeveer 70% van de sterfte aan COPD is het gevolg van roken. Het aantal personen met de diagnose COPD zal in de komende decennia toenemen, enerzijds door vroegtijdige screeningsprogramma’s, anderzijds doordat het effect van het meer gaan roken in de jaren 1960 tot 1970, pas in de volgende decennia te merken zal zijn.

De patiëntenpopulatie die tot voor enkele jaren vooral uit mannen bestond bestaat nu voor een steeds groter deel uit vrouwen. Dit is het gevolg van het feit dat vrouwen meer zijn gaan roken en mogelijk zelfs gevoeliger zijn voor de inhalatie van sigarettenrook. Tegen 2020 wordt geschat dat COPD de derde doodsoorzaak zal zijn1 . De wereldgezondheids-organisatie heeft sinds enkele jaren een werkgroep opgericht rond de COPD-epidemie. Deze werkgroep rapporteerde zijn bevindingen in het ‘GOLD’-rapport2. Hierin wordt de classificatie van COPD in vijf stadia beschreven, evenals de behandeling (Gold 0 t⁄m 4). Revalidatie, waarvan de hoeksteen inspanningstraining is, krijgt hierin een prominente plaats en wordt aanbevolen als de éénsecondewaarde (FEV1) lager is dan 80% van de voorspelde waarde.